Gezien in de krant: "Hier koop je ook een goed gevoel"

Gelderlander biologische bloemen Toldijk

Toldijk, 18 februari 2026

Het aantal bloemisten in Nederland neemt rap af. De kosten stijgen en de reputatie van snijbloemen is aangetast door berichten over te veel bestrijdingsmiddelen. Is de biologische teelt een reddingsboei? Op bezoek bij een teler in Toldijk.

Ineens zat er dus galmijt in de tulpenbollen. Je kon hem amper zien, groter dan een halve millimeter wordt het insect niet. Maar hij was er wel en hij kan een tulpenbol totaal vernaggelen. En dat gebeurde vorige maand bij Jordi en Sandra Wesselink. Niet bij alle bollen, maar ze hadden er toch flink last van.

Soms is dat het lot van de biologische bloemenkweker. „Je kunt gewasbeschermingsmiddelen zien als een soort verzekeringspremie voor een teler. En die verzekering hebben wij niet. Wij balanceren op een heel dun lijntje. En als er dan een plaag of ziekte is, donder je heel snel van dat kleine lijntje af.”

Vijf jaar geleden stapten Jordi en Sandra Wesselink over op biologische bloementeelt. Ze runnen een van de 62 bedrijven die zijn aangesloten bij branchevereniging Biologische Sierteelt Nederland.

Niet uit ideologische motieven, maar uit praktische. „We wilden een klein familiebedrijf, dat past ons het beste. We hebben 1,5 hectare grond, op de helft ervan telen we bloemen. Kleine locatie, kleine onderneming. Dan moet je niet meegaan met de massa, dan moet je wat bijzonders doen wat een ander niet kan of niet wil. Het werd biologisch.”

Toen Jordi instemde met een interview, stelde hij een voorwaarde: hij wilde niet meewerken als de verslaggever de gangbare en de biologische teelt recht tegenover elkaar wilde stellen. Niet omdat hij de lieve vrede met zijn collega’s wil bewaren, maar gewoon, omdat hij het zo niet ziet.

De biologische teelt is voor hem geen vervanging van de gangbare teelt, maar een goede aanvulling. „Als we in een supermarkt lopen, hebben we de keuze uit biologische en niet-biologische aardappelen, en biologische en niet-biologische groenten. Waarom zou dat met bloemen niet kunnen?”

Terug naar de galmijt. „We hadden de nodige bollen die niet bruikbaar waren. Vervelend, maar daar hebben we het mee te doen. Dit probleem speelt nu ook in de gangbare teelt. Maar de biologische sector heeft er al langer mee te maken. En heeft dus meer kennis van de ziekte en de plaag. En daar kan de gangbare teelt zijn voordeel mee doen.”

Ondertussen omvat de biosector bij snijbloemen niet meer dan 1 procent van de markt. De sector groeit, maar nog niet snel. Met de Wesselinks gaat het best goed. Momenteel verkopen ze vooral tulpen, later in het jaar komen de zomerbloemen op en gaat de pluktuin weer open waar liefhebbers hun eigen boeketten kunnen samenstellen.

Biologisch is voor hen meer dan alleen de afwezigheid van bestrijdingsmiddelen, zegt Sandra. Het is ook: leven met de seizoenen. „We hebben een winkel aan huis en in november, december komen er soms mensen binnen die de mooiste bloemen van het veld willen. Maar dat is niet het seizoen. En als je dat vertelt, kijken ze heel gek op. Zo van: ‘Bloemen zijn toch het hele jaar verkrijgbaar?’”

Ze merken ook dat de biologische koper vaak een kritische koper is, iemand die goed nadenkt over de keuzes die hij of zij maakt en met vragen komt, véél vragen. „Doordat je veel uitlegt, komen er soms nog meer vragen”, zegt Jordi.

Sandra: „Soms denk ik wel: iemand die naar de supermarkt gaat, koopt zonder nadenken een bosje tulpen en stelt dan geen vragen. Hier is dat anders. Mensen willen alles weten. Dat is goed, maar soms kost dat ook energie.”

„En toch levert dat voor ons ook weer kansen op”, denkt Jordi. „Wij kunnen dus mensen mee het veld op nemen. Mensen kunnen hier zelf komen plukken. Wij verkopen niet alleen een bos bloemen, maar ook een goed gevoel. Dat zit hier bij de bloemen in. Als je in een winkel komt waar je niet weet waar de bloemen vandaan komen, kun je het goede gevoel er niet bij kopen. Dat is het verschil.”

Bron: De Gelderlander